Nieuws

Eindsymposium Meedoen=Groeien! geeft impuls aan samenwerking zorg en design

Zo’n honderd designers, artsen, onderzoekers en zorgmedewerkers vierden op vrijdag 30 november onder leiding van Irene Moors de afsluiting van het Meedoen=Groeien! project. Design, techniek en zorg bundelden daarbij creatieve denkkracht voor de ontwikkeling van langdurig zieke kinderen.

Vier jaar lang werkten artsen van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie en designers van TU Delft samen met HandicapNL in het project ’Meedoen=Groeien!’. Een project dat financieel mogelijk gemaakt is dankzij de deelnemers van de VriendenLoterij. Met de ontwikkelde producten willen de organisaties de achterstand die langdurig zieke kinderen vaak oplopen in hun lichamelijke en/of psychosociale ontwikkeling voorkomen. Wat dacht je bijvoorbeeld van de slimme robotbal Fizzy, die kinderen uitdaagt om te spelen? Of Mr.V: een ‘kauwgomballenautomaat’ die gezinnen met zieke kinderen verrast met activiteiten om samen te doen?

“Ik ben ontzettend trots op wat wij hebben neergezet.”, aldus Marco Roozendaal, projectleider Meedoen=Groeien! van TU Delft. “Dit was zowel een afronding van een mooi project en een aanzet tot weer iets nieuws.”

Het eindsymposium stond namelijk in het teken van ‘Doorgroeien=Meedoen!’, waarbij iedereen samen op zoek ging naar een nieuwe agenda voor innovatie in zorg. Hoewel artsen en designers ogenschijnlijk uit twee verschillende werelden komen, brachten de verschillende projecten en verhalen van Meedoen=Groeien! deze werelden dichter bij elkaar. Iedereen was erover eens dat meer samenwerking, creativiteit en lef nodig is. De bereidheid om over de eigen grenzen heen te kijken werkte inspirerend.

“We hebben vandaag alweer veel nieuwe ideeën opgedaan,” vertelt Hanneke de Ridder (directeur ontwikkelingsgerichte zorg bij PMC). “Hoe zorgen we er bijvoorbeeld voor dat er meer aandacht komt voor contact tussen kinderen en het thuisfront tijdens een ziekenhuisopname? Na zoveel inspiratie hopen we in de toekomt veel meer van dit soort ontwikkelingen te zien.”

Daniëlle Schutgens (directeur HandicapNL) is het hiermee eens: “De interactieve workshops zorgden voor een verassende en leerzame dag. Er is een mooie brug gebouwd tussen technologie en zorg. Erg inspirerend voor de toekomst”

Een sprekend voorbeeld hiervan is de door ontwikkeling van robotbal Fizzy. Twee studenten die hebben meegewerkt aan het prototype zijn zo enthousiast, dat ze een startup zijn begonnen om het product daadwerkelijk op de markt te brengen. Geïnteresseerd in hun verhaal? Meer informatie vind je hier: www.bit.ly/helpmeemetfizzy

Techniek en zorg bundelen creatieve denkkracht voor de ontwikkeling van langdurig zieke kinderen

Van een bal die zieke kinderen actief uitnodigt om te bewegen tot een kauwgomballenautomaat met gezinsactiviteiten. Ruim twaalf ontwerpen zijn het bijzondere en veelbelovende resultaat van de samenwerking tussen artsen en designers. Vier jaar lang werkten artsen van het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie en designers van TU Delft samen met HandicapNL in het project ’Meedoen=Groeien!’. Een project dat financieel mogelijk gemaakt is dankzij de deelnemers van de VriendenLoterij. Met de ontwikkelde producten willen de organisaties de achterstand die langdurig zieke kinderen vaak oplopen in hun lichamelijke en/of psychosociale ontwikkeling voorkomen. Op 30 november a.s. sluit het project af met een eindsymposium waar de ontwikkelde producten worden gepresenteerd en een start wordt gemaakt met een langdurig Nederlands programma voor Design Innovatie in Gezondheidszorg.

Meedoen=Groeien

Marco Rozendaal, onderzoeker bij TU Delft en projectleider van ‘Meedoen=Groeien!’: “In nauwe samenwerking met patiënten, familie, therapeuten, oncologen en verplegend personeel zijn wij ontwerpen gaan maken die zowel de fysieke- als psychosociale ontwikkeling van kinderen stimuleren. Deze prototypes zijn uitgebreid getest in gezinnen met kinderen die behandeling voor kanker ondergaan. Gezinnen die de producten hebben gebruikt benadrukken het belang van het stimulerende effect dat de ontwerpen hebben. Zo geven een vader en moeder aan terwijl het kind speelt met de ontwerpen: “Wij hebben ook wel een bal thuis, en daar speelt ze ook wel mee, maar dit daagt veel meer uit om er wat mee te doen. Het speelgoed in een ziekenhuis is statischer; puzzeltjes en knutselen bijvoorbeeld. Dit soort ontwerpen geven wel direct beweging en energie.”

Ontwikkelingsgerichte zorg

De samenwerking tussen de verschillende disciplines, zorg, design en techniek, binnen ‘Meedoen=Groeien!’, heeft bijzondere resultaten opgeleverd. “Kinderen met kanker stimuleren om te bewegen, om te spelen, is heel belangrijk”, aldus Hanneke de Ridder, directeur ontwikkelingsgerichte zorg en cultuur van het Prinses Máxima Centrum. “Niet alleen als afleiding maar juist omdat het bijdraagt aan hun ontwikkeling, ondanks de zware behandeling die het kind moet ondergaan.”

Daniëlle Schutgens, directeur van HandicapNL voegt toe: “De waarde van dit onderzoek is groot. De opgedane kennis met betrekking tot ontwikkelingsgerichte zorg is voor de hele kinderrevalidatie breed inzetbaar, zoals ook voor kinderen met een handicap. Wij geloven in eerlijke kansen voor iedereen en niet achterlopen in je ontwikkeling tijdens je revalidatie draagt daar een belangrijke steen aan bij. Ook de ontwerpen die gezinnen ondersteunen in de zorg voor hun kind en helpen te focussen op de mooie dingen die er ook nog zijn, zijn heel waardevol. Want een handicap of langdurige ziekte is al ernstig genoeg. Je wilt niet dat je kind ook op andere vlakken achterstand oploopt.”

Column Pieter Desmet in het tijdschrift Positieve Psychologie

Pieter Desmet is professor in ‘Design for Experience’ op de Faculteit Industrieel Ontwerpen in Delft. In zijn rubriek in het Tijdschrift Positieve Psychologie schrijft Pieter Desmet over inspirerende producten en diensten die zijn ontworpen met en door studenten Industrieel Ontwerpen. In deze vierde uitgave van dit jaar zet hij het effect uiteen wat de Fizzy en de Stickz op kinderen in ziekenhuizen heeft. Het magazine is hier verkrijgbaar en het volledige artikel is hier te lezen.